Rhemenshuizen

Op deze pagina vindt u informatie over Rhemenshuizen.

Ligging Eén van de vele stadshavesathen in Vollenhove.
Ontstaan Rond .... werd de havesate al genoemd.
Geschiedenis

Voor Rhemenshuizen zaten in de ridderschap (paginanrs. uit Van Doorninck, Geslachtkundige aantekeningen):
154  8 apr 1654, Steven Gerard van Rhemen
190 28 jan 1670, Steven van Rhemen
254  8 mrt 1709, Gerrit Jan van Rhemen
317  17 mrt 1735, Gerrit Jan van Rhemen
388  29 mrt 1781, Wilt Gerrit Jan van Rhemen

Zie ook HCO, leenregisters nr. 1408.

Bewoners Rhemenshuizen was een postmiddeleeuwse woning naast de Heilige Geestkapel in de Kerkstraat, deels op de plaats van de uitbouw uit 1971 en deels op de plaats van de woning daarnaast. Eerder heeft hier de Openbare Nutskleuterschool gestaan, tegenwoordig staat er een woning. Onbekend is wanneer de havezate is gebouwd. 

Steven Gerhard van Rhemen, zoon van Steven van Rhemen en Lucia Voet, werd in 1654 van zijn havezate aan de Hollandse Plaats verschreven. De preciese ligging hiervan is onbekend. Hij was op 10 november 1644 in Deventer getrouwd met Helena (Wichmoet) van Twickelo. Helena Wichmoet van Twickel werd gedoopt op 9 augustus 1617 en is gestorven in Deventer op 29 juli 1645. Zijn toelating tot de Staten was niet zo vanzelfsprekend. In 1653 had hij om admissie verzocht, maar de drost en de jonkers van het kwartier van Vollenhove hadden zich ertegen verzet. Deze laatsten voerden aan dat het huis waarvan hij verschreven wenste te worden geen havezaten waren. Het belangrijkste argument van de Vollenhoofse edelen om Van Rhemen en daarnaast ook Gansneb genaamd Tengnagel niet toe te laten, was het feit dat hun huis niet adellijk betimmerd zou zijn. Een havezate binnen de stad Vollenhove of 'der edelen huisen zyn van oltsheer geappropodeert ende gebouwt geweest tot gebruick ende onthael van adelicke personen, als uyt de hoedanicheyt van haere gemacken offte saelen ende caemeren is aff te nemen'. Bovendien moest de waarde van de havezaten die van de burgers overtreffen.
Hun verschil van mening liep zo hoog op, dat Gedeputeerde Staten van Overijssel als rechter moesten optreden. Van Rhemen wist zijn huis aan de Hollandse Plaats in de Kerkstraat als havezate aan te laten merken en gaf het zelfverzekerd de naam Rhemenshuizen. 
Steven Gerhard, erfgezeten te Vollenhove, kreeg in 1657 een commissie van Overijssel in de geschillen tussen Hasselt en Steenwijk met Overijssel. Hij en zijn tweede vrouw Josina Maria van Roussel leenden op 15 juni 1652 geld aan de Landschap Drenthe en hij nogmaals in mei 1659. 

In 1658 werd het recht van havezate van dit huis alweer verlegd en wel naar een huis in de Kerkstraat ten oosten van de Heilige Geestkapel. Op verzoek van deze zelfde Steven (Gerrit) van Rhemen hebben Ridderschap en Steden op 24 april 1658 de gerechtigheid en kwaliteit van een adellijke "saelstede" of havezate van het huis en havezate Rhemenshuizen, die daarvoor aan Rudolf van Isselmuden toebehoorde, gelegen binnen Vollenhove aan de Hollandse Plaats, afgenomen en gelegd op het huis, dat de verzoeker toen in eigendom bezat.
Dit huis in de Kerkstraat had hij gekocht had van Dr. Jan Lemker, burgemeester te Vollenhove en zijn vrouw Rudolpha van Berchorst en haar moeder Maria Wolfsen, weduwe van Casper Berchorst. 
'Het Huis ende havesate, soo als dat binnen de stadt Vollenhoe in syn bepalinge is gelegen' werd op 7 april 1660 (OE fol 472v) op verzoek van Gerhardt van Rheemen en krachtens besluit van gecommitteerden tot de lenen van 16 maart 1660 tot een Overijssels leen aangenomen, onder voorwaarde, dat dit goed alleen na betaling van een dubbel heergewaad weer uit het leenverband ontslagen zou kunnen worden.

Zoon Steven Unico, enigst kind, werd van Rhemenshuizen verschreven in 1670. Hij huwde in Steenderen op 27 februari 1680 met Lumina Kreijnck. Steven Gerhardt van Rheemen tot Rhemenshuisen werd op zijn verzoek op 16 mei 1680 (OF fol 155) "het Huis ende havesate Rhemenshuisen, als dat binnen de stadt Vollenhove in syn bepalinge gelegen is", als zoon en leenvolger van wijlen Gerhard van Rhemen, uit het leenverband ontslagen tegen betaling van een dubbel heergewaad.
Deze Steven schreef in 1704 een boek over o.a. het dijkrecht van Vollenhove. 

Gerrit Jan van Rhemen werd in 1709 naast zijn vader Steven verschreven van Rhemenshuizen. Hij huwde in 1707 met Femia Helena Aleyda van Broekhuyzen tot den Gelderschen Toren, douairière Nicolaas van Zee tot Sinderen en overleed in 1748. Door dit huwelijk werd Gelderland weer hoofdzetel van de Overijsselse tak van de familie, hoewel zij steeds in de Ridderschap van 0verijssel bleven zetelen. 

Zijn zoon Gerrit Jan van Rhemen, met dezelfde voornamen, werd in 1735 naast zijn vader verschreven van Rhemenshuizen. Hij huwde in 1745 met Johanna Catharina Sloet, dochter van C. W. Sloet tot Lindenhorst. 
Hij speelde een belangrijke rol in de plaatselijke politiek, waar de adel onderling - soms al ruziënd - de baantjes verdeelde. In 1746 waren er twee kampen, de ene gecentreerd rond de drost Hendrik van Isselmuden tot Zwollingerkamp en de andere rond Gerrit Jan van Rhemen tot Rhemenshuizen. In die tijd verscheen een hekeldicht met over hem de zin: 'Voor Rhemen junior is niets bequamer dan te sitten in de rekenkamer, want 't geene men daar doet, is maar te seggen: jaa 't is goet. Soo gaat het ook te Rotterdam.'
In 1748 woonde bij het echtpaar Van Rhemen-Sloet haar oom Jan Alphert Sloet en haar zusters Judith Agnes en Margaretha A. I. Sloet tot Lindenhorst. 

Gerrit Jan was van 1758 - 1763 schout van Oldemarkt, Paaslo en IJsselham en overleed in 1787 op de Geldersche Toren.

Hun zoon Mr. Wilt Gerrit Jan van Rhemen van Rhemen werd naast zijn vader Gerrit Jan in 1781 van Rhemenshuizen verschreven. Hij was gedoopt in Vollenhove op 6 maart 1757. Hij trouwde met A. S. Schimmelpenninck van der Oye. Op 20 juli 1790 werden aan Sloet van Tweenijenhuizen twee stukken land liggend voor zijn havezate verkocht, de Lazaruskampen. Deze waren bezwaard met o.a. 72 schepel gerst aan de heer van Rhemen tot Rhemenshuizen en Douairière Sloet van Lindenhorst (zijn moeder).

Antonie van Baak Sr., als rentmeester van zijn Vollenhoofse goederen, verhuurde vanaf 30 augustus 1795 aan de leden van de Geestelijkheid van de Stad en het land van Vollenhove het huis genaamd "Reemshuizen" met de plaats erbij voor 6 jaren onder voorwaarden, dat jaarlijks 30 caroli gulden als huur werd betaald en het huis gebruikt werd door de RK gemeente tot het waarnemen van hun godsdienst. De R.K. Parochie had liever de O.L Vrouwekerk gehad, maar dat verzoek was afgewezen. Indien door de Nationale Conventie een nadere schikking over de Geestelijke goederen mocht worden gemaakt voor afloop der huurjaren, zouden de huurders van de huur ontslagen zijn. Het huis diende dan zoveel mogelijk in de vorige toestand gebracht te worden enz. Het gebruik als kerk duurde slechts tot 1 april 1799, toen de H. Geestkapel als zodanig kon worden ingewijd.

Op 26 april 1797 verklaarde de secretaris der stad Deventer, dat de heer van Rhemen tot Rhemenshuizen de eed had afgelegd, door de volksrepresentanten dezer provincie voorgeschreven bij de ordonnantie op een tweede geforceerde negotiatie van één procent, vastgesteld op 24 oktober 1796. 

In de gemeenteraadvergadering van 2 juni 1811 werd gezegd, dat tot de stadsbezittingen behoorde een jaarlijkse uitgang uit Rhemenshuizen, groot 4 stuivers. 

Mr.  W. G. J. overleed in 1827 te Zutphen en zijn vrouw in 1838. Bij haar dood was ook hun zoon Alexander reeds overleden. Hij was lid van meerdere belangrijke besturen, en ook tweedekamerlid. Diens oudste zoon Frederik August, stond Rhemenshuizen af aan zijn jongere broer Cornelis Herman. Ook deze was bestuurder, o.a. burgemeester van Brummen en ook kamerlid. Duidelijk moge zijn, dat zij geen enkel belang meer hechtten aan hun voorvaderlijk bezit te Vollenhove, behalve dan dat ze er de titel van baron aan ontleenden. Ze waren verwant geworden aan belangrijke families, zoals Schimmelpenninck. Hun belangrijkheid weerspiegelt in het feit dat er in Wassenaar zelfs een laan naar hen is vernoemd.

Volgens een kadastrale kaart uit 1832 was Rhemenshuizen een pakhuis geworden, volgens van der Aa was het dat in 1847 nog steeds. In 1887 verkocht R. G. S. van Rhemen een stukje tuin aan de R. K. parochie en in 1913 is de grote schuur, die er stond, afgebroken.
Volgens het kadaster waren de opvolgende bezitters van het terrein aldus: eerst W. G. J. van Rhemen tot 1840, dan C. H. van Rhemen, vervolgens R. G. S. van Rhemen (mede-eigenaar was toen R. G. S. Baron van Nagell), diens weduwe A. Baronesse von Grotthuss, en tenslotte H. B. de Roo (1927).

In 1913 is het terrein tegen een canon van f 1 tot 2012 door de familie van Rhemen afgestaan aan het Groot Burger Weeshuis onder beding, dat het geslachtswapen in de gevel werd aangebracht van de nieuwe Nutsbewaarschool die op de plaats van Rhemenshuizen zou worden gebouwd. 
In december 1913 vond een aanbesteding plaats, waarbij het bestuur van het Departement Vollenhove der Maatschappij tot Nut van het Algemeen aanbesteedde het bouwen van een Nutsbewaarschool met een dubbel woonhuis op een terrein, grenzende aan de Kerkstraat en de Heilige Geestkerk te Vollenhove, op te leveren 15 juli 1914. Uit de voorwaarden is voor ons doel alleen van belang, behalve het plaatsen van de wapensteen in de gevel, dat de op het terrein staande bomen en struiken voldoende diep uitgegraven moesten worden. Aanwezige fundamenten en putten zo nodig uit te graven en met goede grond of zand aan te vullen. Langs het Weeshuis, de R. K. Kerk en het huis aan de H. Geeststeeg een goot te maken (archief Marxveld). In de grond zaten vele oude stenen en overwelfde kelders en er was een put met goed drinkwater, waar mensen uit de buurt water uithaalden, later vermolmd.
In de gang van deze bewaarschool hing een houten wapenbord met het wapen van Rhemen in kleuren, terwijl in de voorgevel het wapen in steen is geplaatst. 

Een krantenartikel van J.G. Hofstede uit 1963 beschrijft zijn bezoek aan de Nutsbewaarschool aldus: 
Interessant is de Nutsbewaarschool met zijn ijzeren hekje en pleintje. Juist was de prille jeugd bezig zich door het hek te wringen, toen ik het pleintje betrad en het wapen der Van Rhemens, dat in steen in de gevel is uit gehouwen, ging bekijken. Terwijl ik van dit wapen een schetsje maakte vertelde een der vriendelijke onderwijzeressen mij, dat er in de gang van de school nog een dergelijk wapen, uitgevoerd in kleuren, hangt hetwelk inderdaad een prachtig wapen is.
Dit is dan dus het oude familiewapen van de Van Rhemens die op deze plaats, vanaf het eind van de 17e eeuw hun havezate hadden. In het begin van de 20e eeuw was er echter nog slechts een schuur van over. In 1913 is door de erven de grond afgestaan ten behoeve van de bouw van de Nutsbewaarschool, echter onder voorwaarde, dat de wapenborden aan de gevel van en in het gebouw moesten worden aangebracht.
Dit wapen, waarvan het in de gang aangebrachte, het mooiste en duidelijkste is, vertoont op het schild drie eendjes op golven, een helm met versierselen en als schildhouders twee griffioenen. Een griffioen is een heraldische figuur in dit geval een combinatie van een leeuw en een arend. Het onderlijf stelt de leeuw voor, het bovenlijf de arend met afgewende kop. Deze figuren kwamen in de wapens der adellijke families wel meer voor; er waren er zelfs met een afbeelding van half dier half mens. 

De Nutsbewaarschool, waar jarenlang juffrouw Pereboom de scepter zwaaide, is afgebroken in 1971, waarna een uitbouw aan de kapel wordt aangebracht en het braakliggende terrein met gras wordt ingezaaid. 

Toen de aannemer in mei 2003 palen aanbracht voor de fundering van de nieuwe woning naast de aanbouw van de kapel en de grond werd weggegraven, werden archeologische waarnemingen uitgevoerd op de bouwplaats. Die leverden hoegenaamd niets op. Men vond wat opeengestapelde kloostermoppen gemetseld met leem, een klein deel van een veel recentere waterkelder, muurresten van de bewaarschool en de contouren van een zeer grote put die veel oostelijker dan de havezate ooit heeft gelegen, werd aangetroffen. Dat zou de eerdergenoemde put kunnen zijn. Behalve een flink aantal zware zwerfkeien, zonder twijfel ooit voor fundering gebruikt, en wat met leem gemetselde kloostermoppen, kon geen enkel verband met de havezate worden ontdekt.

De enige tastbare herinnering aan de havezate en de familie Van Rhemen is het familiewapen op hout, dat gehangen heeft in de Nutsbewaarschool. Het is in het bezit van de Stichting Oudheidkamer en hangt in de hal boven de toegangsdeur tot de grote ruimte van de vroegere brandweerkazerne, waar een deel van de collectie tijdelijk is uitgestald.

Huidige doeleinden -
Toegankelijk -
Foto's  
Bronnen Tekst: Henk van Heerde en mr. Caspar van Heel, provinciaal archiefinspecteur.

Zie ook http://kastelen.startpagina.nl!